Een robuuste toekomst voor aanpassing aan de klimaatverandering voor kustregio’s
Bijgewerkt op: 25 okt. 2021
Een vergelijkende evaluatie van gevallen in drie continenten
Auteurs: Tom van der Voorn, Jaco Quist, Claudia Pahl-Wostl & Marjolijn Haasnoot
Publicatiedatum: 2017
Gepubliceerd in het internationaal wetenschappelijk tijdschrift Mitigation and Adaptation
Strategies for Global Change (Springer)
Samenvatting
Deze paper bevat een vergelijkende studie van drie verschillende gevallen van visie- en strategieontwikkeling voor de planning van klimaatadaptatie in (i) het Zuid-Afrikaanse Breede-Overberg stroomgebied, (ii) het Mississippi-estuarium-New Orleans-gebied en (iii) de Nederlandse Rijn -Maasmonding. Het doel van de paper is tweeledig: het ontwikkelen van een beter begrip van dergelijke processen en het verder ontwikkelen van de Backcasting-Adaptive Management (BCAM)-methodologie. Een raamwerk voor case-evaluatie is ontwikkeld met behulp van zes dimensies: (i) input en middelen, (ii) toekomstvisie, (iii) stakeholderbetrokkenheid, (iv) methodologische aspecten, (v) trajectontwikkeling en (vi) impact. Belangrijke conclusies op basis van een cross-case vergelijking en testvoorstellen zijn: (i) participatieve visieontwikkeling is een sterk hulpmiddel voor planning van aanpassing aan klimaatverandering in verschillende bestuurscontexten en vertoont een aanzienlijke diversiteit in de toepassing ervan in deze contexten; (ii) een enkele, gedeelde toekomstvisie is geen voorwaarde voor de ontwikkeling en bekrachtiging van visie en traject; (iii) brede betrokkenheid van belanghebbenden verrijkt de strategieontwikkeling, maar de betrokkenheid van marginale groepen vereist extra inspanningen en capaciteitsopbouw; (iv) meerdere trajecten en robuuste elementen zijn nuttig, maar vereisen nieuwe expertise; en (v) meer institutionele inbedding en ondersteuning voor participatieve processen leiden tot een betere implementatie van de uitkomsten van deze processen. (ii) een enkele, gedeelde toekomstvisie is geen voorwaarde voor de ontwikkeling en bekrachtiging van visie en traject; (iii) brede betrokkenheid van belanghebbenden verrijkt de strategieontwikkeling, maar de betrokkenheid van marginale groepen vereist extra inspanningen en capaciteitsopbouw; (iv) meerdere trajecten en robuuste elementen zijn nuttig, maar vereisen nieuwe expertise; en (v) meer institutionele inbedding en ondersteuning voor participatieve processen leiden tot een betere implementatie van de uitkomsten van deze processen. (ii) een enkele, gedeelde toekomstvisie is geen voorwaarde voor de ontwikkeling en bekrachtiging van visie en traject; (iii) brede betrokkenheid van belanghebbenden verrijkt de strategieontwikkeling, maar de betrokkenheid van marginale groepen vereist extra inspanningen en capaciteitsopbouw; (iv) meerdere trajecten en robuuste elementen zijn nuttig, maar vereisen nieuwe expertise; en (v) meer institutionele inbedding en ondersteuning voor participatieve processen leiden tot een betere implementatie van de uitkomsten van deze processen.
Lees hier het volledige artikel



